Geleende gedachten.

Dezer dagen gebeurt er meer in mijn leven dan ik zelf wellicht doorzie. Aan veranderingen ben ik gewend. Aan nederigheid en het accepteren van iets wat men lot noemt ook. Ik ben gewend geraakt aan niet verwezenlijkt krijgen waar ik van droom. Aan niet verwerkt krijgen waar ik mee worstel. Ik ben gewoon om niet meer te kunnen leven op een wijze die voor de meeste mensen van mijn generatie eigenlijk de gewoonste zaak van hun wereld is.

Maar hun wereld is niet mijn wereld.

Ik ben gewoon te reizen in mijn hoofd en soms in de realiteit. Altijd speelt het verleden daarbij een rol in een soort samenhang met mijn heden op een vooral ondoorgrondelijke wijze. Ik ruil mijn verdriet, angsten en gebrek uit tegen passie voor wat ik schrijf of fotografeer en vooral met wie ik dat samen doe. Mijn pen, papier, computer, ze zijn mijn gereedschap. Een uitgestelde mond die pas spreekt wanneer een ander me leest. Nooit is dat op het moment dat mijn handen vastleggen wat mijn gedachten mij vertellen. En zelden spreek ik mijn diepste gedachten uit, hoe intiem mijn tekst soms ook lijkt te zijn voor wie mij leest.

Dat is mijn wereld.

Na jaren intensief schrijven en bouwen aan wat mijn droom is, vecht ik tegen slijtage. Tegen vermoeidheid. Ik vier de kleine victories en mijn ziel poogt zich te verbinden met andere zielen die zijn als ik. Om dat te duiden lees ik verhalen uit de tijd die mij als geen andere tijd intrigeert. Over mensen die mij door hun leefwijze aantrekken. Ik lees hun werk, hun gedachten, hun pijn, hun liefde. Ik lees liefdesbrieven.

Hun wereld is een beetje mijn wereld aan het worden.

vita virginia

Ik heb idolen. Dat is het goede woord. Ernest Hemingway natuurlijk, mijn eeuwige inspiratie. Sinds een tijdje lees ik de boeken van Vita Sackville-West en Virginia Woolf’s werk. De afgelopen tijd heb ik hun liefdesbrieven gelezen en ben daar diep door geraakt. Want ik herken ze. Ik proef de stille liefde, de verhulde passie, de soms platonische maar o zo vaak nauwelijks verhulde liefde tussen hun geest, hun ziel. En ik herken het. Ik herken dat als mijn eigen gedachten, mijn eigen woorden en mijn eigen stille en ongeschreven teksten. Ik herken hun devote toewijding aan wat zij het liefste deden: schrijven. Ik herken dat zij dat konden door de verbinding die zij met elkaar hadden als vakgenoten, als geliefden hoewel die liefde lang niet geconsumeerd werd in de zin die men tegenwoordig maar al te gemakkelijk ziet als de enige basis waarop mensen zich verbinden met elkaar. Zij waren zo liberaal, zo gesofisticeerd in hun levenswijze. Zo niet angstig voor de consequenties van het helder willen zijn over hun gedachten, gevoelsleven, liefde en kunst.

En ik wil mijn wereld zelf ook zo graag zo ingevuld zien worden.

Niet in alle aspecten, maar wel in een aantal essentiële, is precies ook dat wat er gebeurt. Terwijl dat gebeurt en scheppen in vriendschap en samenwerking de basis is geworden van mijn leven voel ik ook de angst die in hun liefdesbrieven sluimert. De angst om het te verliezen. Wanhoop zelfs soms en vooral de vermoeidheid die het grootst is vlak na het gevecht. Vooral ook het besef dat achter blijft wanneer het gevecht tegen het verzwijgen van het eigen gevoel verloren is.

Dus ben ik gestopt met vechten, aanvaard mijn vermoeidheid na alle jaren, omarm mijn toekomst zoals die zich nu aan mijn ontvouwd en besef dat het mijn gedachten zijn die mijn grootste goed zijn. Tegen de stroom van de ratio in kan ik zeggen dat ik eindelijk van mijzelf hou. Genoeg om verder te kunnen en te willen. Die vermoeidheid zal minderen, de basis steviger worden en ik weet net zo min als Vita en Virginia wisten toen liefdesbrieven tussen hun wisselden hoe het zal eindigen. Ik weet hoe het hun verging. Toch ben ik mijn angst voorbij. Juist nu mijn leven eindelijk de vorm krijgt die het moet hebben, nadat mij na al die jaren en pijn mijzelf duidelijk is geworden wat mijn essentie is. Juist nu blijk ik te mogen vertrouwen op mijzelf, op wat ik maak en hoe ik dat zelf waardeer.

Dit schreef Vita aan Virginia, het passionele antwoord kwam later. Dat antwoord is bekend geworden bij de literaire liefhebbers maar de vraag die het antwoord ontlokte in mindere mate. Daarom citeer ik die tekst hier. Hoe het anderen vergaat die dit lezen weet ik niet maar ik begrijp het alsof ik het zelf geschreven had. Het zijn daarmee geleende gedachten. Ik sta mijzelf dat toe. Voor even. En leg dit opnieuw vast, in een andere tijd en een andere omstandigheid. Voor wie het aan gaat.

…I am reduced to a thing that wants Virginia. I composed a beautiful letter to you in the sleepless nightmare hours of the night, and it has all gone: I just miss you, in a quite simple desperate human way. You, with all your undumb letters, would never write so elementary a phrase as that; perhaps you wouldn’t even feel it. And yet I believe you’ll be sensible of a little gap. But you’d clothe it in so exquisite a phrase that it should lose a little of its reality. Whereas with me it is quite stark: I miss you even more than I could have believed; and I was prepared to miss you a good deal. So this letter is really just a squeal of pain. It is incredible how essential to me you have become. I suppose you are accustomed to people saying these things. Damn you, spoilt creature; I shan’t make you love me any more by giving myself away like this — But oh my dear, I can’t be clever and stand-offish with you: I love you too much for that. Too truly. You have no idea how stand-offish I can be with people I don’t love. I have brought it to a fine art. But you have broken down my defenses. And I don’t really resent it.

© 2013 Alice Anna Verheij

De zin van mijn bestaan.

schrijven

genoeg gezever, aan het werk, jij dromer
ik sta op, zet de kachel wat hoger
zodat na de douche er warmte is
in de kilte zijn de druppels heter
en ik glim een beetje van de olie
mijn haren klitten wat

twee boterhammen
een kop koffie
één schepje suiker slechts
rechts een stapel boeken, links die kachel
ondertussen zingt iemand zacht
een kindergedicht van lang geleden

mijn pen is stug en het papier stroef
ik zoek mijn hersens af naar een ankerpunt
maar er is geen vaste grond daarboven
het glas van de ramen achter mij
spiegelen de kou naar binnen
maar die kan mij niet bereiken

er valt iets, ergens anders in huis
voetstappen, stilte, voetstappen
niet naar mijn deur, niet naar een deur
het voelt bijna of ik ook aan het vallen ben
maar dan, net voor ik wil opgeven
zelfs wanhopig dreig te worden

ik heb beet en vang een woord
een begrip, een idee, er volgt een zin
een stukje droom en laat het komen
mijn hand beweegt gejaagd
want mijn hersenen zijn sneller
dan ineens is het klaar

ik leun achterover en kijk, lees
lees nog eens
neem een slok
sta op, wandel heen en weer
lees opnieuw en begrijp niet
waar die zin vandaan kwam

maar hij staat er
om nooit meer weg te gaan
ieder woord goed gekozen
het is maar goed dat jij me niet ziet
je zou moeten lachen
om mijn juichkreet

© 2013 Alice Anna Verheij

Rust. Of toch niet?

Het is alweer een tijdje terug dat ik iets schreef op deze plek. Voor de meesten zal het er op lijken dat ik mijn schrijfactiviteiten aan het verminderen ben. Niets is echter minder waar. De werkelijkheid is dat er wellicht een soort kantelpunt in mijn werk aan de orde is. Ik merk dat ik zelf minder behoefte heb om hier werk te delen èn ik merk dat ik het juist veel drukker heb gekregen met schrijven. Zelf denk ik dat het te maken heeft met een andere fase in mijn leven. Zoiets behoeft analyse.

anna-pencil3

Vorig jaar werd ik vijftig en dat heeft nogal wat aangericht bij me. Emotioneel wel te verstaan. Waar ik mij de afgelopen tien jaar staande heb weten te houden door te blijven werken aan nieuwe projecten en het dagelijks schrijven van korte teksten, gedichten en columns is er n een andere dynamiek gekomen. In een andere wereld zou zoiets professionalisering genoemd worden of de groei naar volwassenheid.

In 2004 stortte mijn toenmalige wereld definitief in. De scheuren in het bouwwerk waren decennialang groter en groter geworden en mijn kracht om ondanks die scheuren de façade in stand te houden evenredig afgenomen. November 2004, een maand die mij altijd bij zal blijven. Het halfjaar voorafgaand aan de grote crash was in toenemende mate zwaar voor me en na de wanhoop van september en oktober 2004 was er slechts een diep donker gat gebleven. Geen idee waarom ik trouwens nu hierover schrijf.

Vanaf 24 november 2004 zou mijn wereld gaan veranderen. Het werd, en dat kon ik onmogelijk voorzien, een rollercoaster waar ik niet meer aan kon ontsnappen. Jaren gesprekken met psychologen zouden volgen en een ‘transitie’ zoals dat schijnbaar mooi wordt omschreven kwam op gang. Alles gericht op het fysieke. Goed drie jaar later was de eerste grote storm voorbij en lagen er al wat schepen op de kade geslagen. Het einde van een huwelijk, het einde van een gezinsleven, het einde van de eigen bedrijven, het einde van een leven dat op een manier ingericht was dat ik er aan onderdoor was gegaan. Weer drie jaar later was de put dieper geworden. Van betrekkelijke welstand kwam er de armoedeval. Nooit gedacht dat die zo diep kon zijn. Er kwamen relaties die niet stand hielden. Wellicht omdat ik daar niet aan toe was, misschien simpelweg omdat ik mezelf weer opnieuw moest leren kennen, en vrijwel zeker een  combinatie van beide. Van bedrijven kwijt en een lijf dat niet deed wat er van verwacht werd, naar een nieuw en ander leven.

Ik heb het moeilijk gehad en ondanks de mensen om me heen die soms wisselden heb ik me eigenlijk al die tijd alleen en verlaten gevoeld. Ik vluchtte naar mijn geboortestad, naar mijn moeder. Mijn moeder stierf. Ik vluchtte naar de andere kant van de wereld om iets te doen dat ik niet eerder had gedaan en om naar nieuwe bronnen in mijzelf te zoeken. Ik kwam, werd vijftig en ziek. Niet alleen die bijna tien jaar onafgebroken ingrijpende veranderingen in mijn leven maar ook de inmiddels ontstane armoede hebben een tol geeist. Galstenen en een plekje op de maagwand dat er niet moet zijn, een gebit dat achteruit gaat zonder dat er mogelijkheden zijn om het goed aan te pakken of te doorstaan. Dus zo slijt een mens.

Ik dacht het vorige week nog: dus zo slijt een mens.

Afgelopen december was zwaar. Wat heb ik me vergeten gevoeld en wat een onzinnige gedachte is dat eigenlijk met zoveel bijzondere mensen om me heen. Maar er is iets veranderd in me. Het lijkt wel of er een soort dwang aan het wegvallen is. Waar de afgelopen ruim zeven jaren tijdens die lange storm ik wanhopig verlangde naar gezelschap is dat veranderd in de behoefte om alleen te zijn. Veel alleen te zijn. Hoezeer gezelschap juist fijn is, de momenten dat ik weg wil kruipen achter een schrijftafel of typemachine om gewoon te doen wat ik hoor te doen zijn aan het toenemen.

Dat drukt zich uit in verminderde activiteit op deze plek. Er komt gewoon minder in aanmerking hier gepubliceerd te worden. Naarmate ik meer schrijf ben ik onzekerder en ontevredener over wat ik schrijf. Naarmate ik meer werk aan het manuscript dat op mijn schrijftafel ligt merk ik dat er meer en meer van mijzelf in dat manuscript verdwijnt. Er blijft simpelweg minder over om hier te plaatsen.

Het is niet zo dat ik minder doe dan voorheen. Integendeel. Waar in het verleden de projecten die ik deed vooral solistisch van karakter waren zijn mijn huidige projecten op dat manuscript na vooral projecten waarin ik met anderen samenwerk. Documentaires, een toneelscript en wellicht nog eentje, een reisgids in het Engels en een kleinkunstprogramma voor op het kleine podium, ik maak ze niet alleen maar samen met begaafde kunstenaars. Gezelschap is voor mij vooral samen maken geworden. De spiegel daarvan is het grote soloproject van die trilogie waar het eerste deel in manuscript vorm langzaam vordert.

Maar er is meer. De behoefte het leven te delen met een ander is groter geworden. Verdiept vooral. Niet in de vorm van een behoefte in permanente lijfelijke aanwezigheid maar juist in de behoefte aan het delen van de diepere emoties die mijn schrijf, foto en filmwerk met zich meebrengen. En er is de keuze om zonder enig voorbehoud me uitsluitend nog te willen bezig houden met mijn kunst. Zonder voorbehoud wat zoveel wil zeggen dat ik mijn leven er op ingericht heb om dat te doen. Terug getrokken op een klein gebied in betrekkelijke afzondering. Dat terwijl afzondering nu juist zo bedreigen voor me is. De beweging van de drukte weg naar een verdieping toe ervaar ik als onomkeerbaar en vormend. Maar ook als angstig omdat mijn eigen emoties daarbij mij soms bang maken. Het gevoel iets te schrijven dat niet zonder gevolgen voor mezelf kan blijven is als de rand van een klif die hoe gevaarlijk ook, blijft aantrekken want die diepte wil ik zien.

En juist nu, juist nu merk ik de slijtage aan mijn lijf. De inmiddels bijna dagelijkse fysieke pijn die je leert te aanvaarden en de angst dat het uiteindelijk te vroeg fout gaat. Het is een irrationele angst maar ratio is niet wat me stuurt. Er ligt nog zoveel werk te wachten en er zijn nog zoveel zinnen te schrijven. Over een paar maanden komt er een film van me op televisie gemaakt met een collega filmmaakster. Aan het eind van het jaar hoop ik het eerste manuscript van de trilogie klaar te hebben en wellicht nog een tweetal korte documentaires, dat toneelstuk en die twee novelles. Tel ik de film- en schrijfdagen bij elkaar op dan blijft er weinig ruimte om hier nog te schrijven.

Er zal dus hier een tijdlang minder nieuw werk verschijnen. Mijn publicaties verschuiven tegen de stroom van de tijd in van het internet naar het papier en het beeld. Voor de lezers en kijkers hier zal dat betekenen dat als er prijs gesteld wordt op mijn teksten en beelden, er meer op uit getrokken zal moeten worden. Het zou fijn zijn als dat ook gebeurt. Ondertussen zal ik hier toch nog wel met enige regelmaat publiceren maar de frequentie is al gedaald en zal dat zeker nog verder doen. Deze plek zal meer en meer een plaats worden voor aankodigingen en verwijzingen naar werk dat ik elders publiceer, exposeer, vertoon of opvoer.

© 2013 Alice Anna

Year’s end and new beginnings.

When I face the desolate impossibility of writing 500 pages, a sick sense of failure falls on me, and I know I can never do it. Then gradually, I write one page and then another. One day’s work is all that I can permit myself to contemplate. John Steinbeck

I was born on a New Year’s Eve. Nepali New Year’s Eve on April 13 to be exact. Not the one we celebrate here. I wasn’t aware of that until last year. Working and living in Nepal made me realize it. Of course it is of no importance besides the fact that I nowadays celebrate the New Year twice a year. Once is my own new year, the other one is everyone else’s new year. And every year I reflect on the past year, look back a year, or two or three, and compare. Compare how my life is compared to the previous New Year’s Eves. I’ve always done that because I solemnly believe that when times are hard it is good to look back and based on the comparison understand where the progress has been. I thrive on progress and change, that’s why I do that. Because I also believe that the year I can no longer define progress in any aspect I will have lost my soul.

Past nine years have brought joy, challenge, pain and sorrow. So, on the one scale is all that defines me now as the person I am and what I think is good. The other scale is loaded with the negative, the disasters, illnesses and headwind. And I do not even try to objectivate the outcome. Because if I do I I can not be sure that the overall balance is positive. I simply don’t know if I’m better off now than a year ago. This year has learned more than any year before that the negative might just as well bring a lot op positive things and the seemingly positive can be a dark thing.

A year ago I was in love, and love was answered. In another place in the world, far away from home I had unexpectedly found a woman who I fell in love with and in spite of a massive ravine between our cultures. I felt my life had changed and I planned to move away from Europe and start another life in Asia. It wasn’t even a dream but it was a reality and steps were made, choise were made and I felt so good. In February the axe fell. Totally unexpected. Cultural differences prooved unbreacheable. I had to let go and to be honest, I had already done so the day I stepped on that damned airplane that flew me back to my European life in January. Sometimes I still feel I shouldn’t have boarded that plane but just stayed. For that new life. For love.

I didn’t stay. I flew back. I lost my love.

It tumbled me over and then it was the April New Year’s Eve and I turned fifty, thinking it didn’t matter to me at all. But it did. A lot, an awful lot. I fell sick and the summer went unnoticed. I did not live.

By fall I started breathing again. I published a novel and a photobook. Photo exhibitions followed and there is still one ongoing until February next year. Four days after my birthday on April 18 I was in bed with a bad flu and I found a painting on the internet. I swept me off my feet. I had to know what that painting was and I started researching. I found out it was made by a nineteenth century painter who lived in Kensington, London. ‘Flaming June‘ made me restart my life. Research learned me that there was a dispute about the model who sat for Frederick Leighton for thet specific painting. That dispute led me to a forgotten woman who died in the 1930’s but who was three decades earlier one of the most beautiful women in England. And gradually a story unfolded which was already there waiting to be revealed. More on that can be read here: www.woordenstorm.nl/lachrymae.

Flaming_June,_by_Fredrick_Lord_Leighton_(1830-1896)

It’s end of December now, tomorrow is the last day of this year. I am working hard on my new novel which has evolved in a trilogy about three women, about emancipation, about relationships, war, poverty, wealth, beauty and decay. And about me. It’s the work I will have to write in the coming year, maybe even years. I already know most of the story but I also know that as always it will grow and evolve in a much more detailed and compelling story. My biggest work ever. And tonight I look back. Back to this crazy year.

My life is in many aspects destroyed in the past decade. My body is defect in a very private aspect and I feel deep sadness about that. It actually is the reason why relationships scare me. I don’t think anyone can help me with that, it is very much my own struggle to get some peace over that. My economics are, well they are virtually non-existent. To Dutch standards I am poor and in debt to a level that I will never overcome, no matter what I do and no matter how hard I work. This was the year that I had to learn the harsh reality of not having the money to lead a normal life. I don’t have my own front door anymore, most of my belongings have gone (which for the most of it I don’t mind at all), I can hardly afford transport to anywhere and my social life is becoming smaller and smaller. There are days I do not have food. But this year also learned me that I have the ability to go on and after a year living way below poverty standards I am still here. The most important thing that happend to me this year is that I relearned to make decisions about my own life again. Because I did.

Which brings me to next year.

January will be very difficult. They’re coming to take some of my things away. I won’t be there myself. Complicated story. Pressure is building on me rapidly and life will certainly not improve in January. But important moves are being made. Finance stuff for instance. In the coming months it will all become more transparant and that will inevitable lead me into some sort of debt reduction scheme or bankruptcy. Life won’t end over that. What will happen is that I’m entering a couple of years of very poor living standards but I have the assurance that they won’t be worse than they are now. And yes, that old divorce thing will be corrected in the coming months and that might very well bring a lot of relief. If only because the negative economic part of that will be lifted and redevided in a manner that is fair and making my life easier. It’s all the direct result of the I choice made this year to start rebuilding my life after a downwards spiral that had caught me in the past nine years.

And then there is art. The other major decision I made is that my life will be about writing my books, making my photos and filmwork and focus on the arts as my line of business and the major driving force in my life. It even tops relationships. I know now I can not make any concessions anymore in regard to the art I make and the reason why I do that. Because writing is for me like breathing. There is no way that I can stop that or want to do so. Which made me to choose a pseudonym for writing my future work. Enter Anna Ros. 2012 has brought me a lot on the artistic plane because I’ve grown and made major steps forward but 2013 is even more promising in that. My work improved and so did my writing. I have become confident in that work. I know my abilities and I know where improvement is needed. And there is a lot out there waiting for me to take on. The trilogy being the most important work but there’s also that other loosely related work which I make with a befriended writer. It will surprise a lot of people and is really exciting to make. And of course the film will get finished in 2013, at last. Not as one major work but as a series of three or four short documentaries, portraits of specific people telling the story of forgotten refugees.

And love? Well, that is something else entirely. I am not chasing it to the intensity that I did in the past years. If it happens, it happens. Which doesn’t mean I am not in love because I think I am. To a certain extend. Maybe 2013 will be a good year for love. I would like that but of course that’s uncertain. What is certain is that it will be a great year for friendships. With the few people out there who really know me.

So, this New Years Eve is a very unclear one. Unclear on how my live will continue in 2013, uncertain about where I’ll live and with who. Uncertain about love. But very certain about what defines me: my writings.

I wish all of you a good 2013. With health and love. Skip the economics and other non important things of life, just go for happiness and health. That should suffice.

Love,
Alice Anna

© 2012 Alice Anna Verheij

Aandacht

Niet zo heel lang geleden zei een bijzondere vriendin tegen me dat ze houdt van aandachtig schrijven. Zinnen schrijven die zorgvuldig samengesteld worden uit gewogen woorden. De preciese woorden die ze gebruikte waren ‘traag schrijven’.

Ze zette me aan het denken en om de één of andere reden zorgde die woorden voor een doorbraak. Aandacht en traagheid. Het zijn immers precies die dingen die in het dagelijkse leven veelal ontbreken. Onze wereld is snel. Steeds sneller en onvoorstelbaar oppervlakkig. Als niets er meer echt toe doet en ingeval iets er wel toe doet dat vooral niet lang mag duren. Waarnemen, tot je nemen, verteren en dan snel weer verder. Het is me te snel geworden en ik wil er niet meer aan meedoen. Wat mij betreft stel ik mij buiten dat vluchtige.

Ik kwam er in de dagen na die opmerking achter dat traagheid soms ook een ander woord is voor aandacht en zorgvuldigheid. Iets waar ik in sommige situaties niet goed in ben maar als het op schrijven aankomt me probeer eigen te maken. Wat verrassend eenvoudig blijkt te zijn. Niets is fijner dan een formulering van een zin te beschouwen, de woorden even te laten dansen met synoniemen, de contructie zo hier en daar te wijzigen om dan na wat technisch gesleutel tot een afgewogen, gebalanceerd en taalkundig mooi construct te komen. Als ware het een spel. Maar dat is het niet.

Er blijken truukjes te zijn en gewoonten die kunnen helpen bij het traag schrijven en aandachtig leven. Twee daarvan zijn maar al te bekend en tegenwoordig ernstig onderschat: pen en papier. Want met een pen op papier schrijven is heel wat anders dan de computer gebruiken voor het in het geheugen knallen van zinnen. De dynamiek is anders. Het resultaat ook. Want papier is weliswaar ongeduldig maar ook nadrukkelijk eenmalig. Als het er eenmaal staat, staat het er en kan het niet meer weg. Tenzij de seriemoordenaar in de schrijver wakker wordt en er weer de nodige geliefden om zeep worden gebracht en hele zinnen, alineas en misschien zelfs hoofdstukken sterven onder de onverbiddelijkheid van de rode pen.

Dus ga ik een rode pen kopen want die heb ik niet. Wel blauwe.

Omdat mijn nieuwe boek iets heel anders wordt dan mijn eerdere werk in heel veel opzichten en dat boek eisen aan mij stelt die niet eerder gesteld werden, heb ik mijn aanpak voor het schrijven van een roman aangepast. Een tipje van de sluier kan ik wel oplichten.

Natuurlijk doe ik nogal wat aan onderzoek. Voordat ik met schrijven begin besteed ik daar heel veel aandacht aan en het onderzoeken gaat ook gewoon door tijdens het schrijfproces. Wel is het zo dat pas wanneer ik nadrukkelijk het gevoel heb dat het verhaal in mijn hoofd zo ver uitgewerkt is dat eigenlijk alle grote lijnen het schetsmatige verruilt hebben voor een solide structuur, begin ik met het ambachtelijke schrijven. Want dat is het in dat stadium: een ambacht. Voordat ik ga schrijven zit de creatieve kracht in de samenstelling van de plot, de karakters, de plaatsen en het tijdspad. Tijdens het schrijven zit dat voornamenlijk in de details (hoe fijnmaziger, hoe leuker om te schrijven) èn in dat magische proces van het componeren van enkele zinnen en het smeden van de alineas. Een proces dat goed vergelijkbaar is met het componeren van een muziekstuk.

Lachrymae, mijn nieuwe roman, komt tot stand met de pen èn met de computer en de opbouw gaat in fasen, die over elkaar heen schuiven. Al maanden ontspint zich een plot rond de belangrijkste karakters in het boek en al schrijvend plaatsen ze zichzelf in scenes, in situaties en op locaties. Alles tuimelt over elkaar heen en door elkaar en aan het eind staan er zinnen, alineas en hoofd stukken. De basis is een serie notitieboekjes met allerlei aantekeningen en feitjes waarvan ik pas later besef wat de relevantie is. Vervolgens schrijf ik met pen in een flinke dummy, zo’n lekker groot gebonden doch maagdelijk boek de ‘master’. Het eigenlijke manuscript waarbij manus, de linker om precies te zijn, het te verduren krijgt. Dat manuscript springt heen en weer over de hoofdstukken al naar gelang er zich een scene aan me opdringt om geschreven te worden. Scenes waarvan ik in grote lijnen weet dat ze er zijn maar waarvan de exacte plaatsing in de tijdlijnen van het verhaal nog niet volledig vastgelegd hoeft te zijn. Het manuscript is dan een soort tijdreis door het verhaal en nog niet zo goed toegankelijk voor de lezer.

Naast dat papieren manuscript dat vol verwijzingen en verbindingen en correcties en doorhalingen staat, laat ik tegelijkertijd mijn computer zweten. De laptop vult zich binnen de definitieve verhaalstructuur met de blokken die in het manuscript staan en de roman onstaat dan echt. In een logisch verband.

De aanpak is nogal afwijkend van hoe ik eerder schreef. Tot dit boek was ik wat ik noem een flits of flow schrijfster. Het verhaal vormde zich in mijn hoofd, fermenteerde een tijd en als de tijd rijp was zonderde ik me af en stortte het verhaal zich in één continu stromende vloed naar buiten. Grof genomen na een maand lag er de eerste consistente versie van het manuscript. Dan volgden de correctieslagen die zomaar een half jaar of meer konden duren om daarna tot een publicatierijp geheel te komen.

Zoniet dus deze keer. Deze keer kies ik voor aandacht. Voor traagheid. Dat doe ik omdat ik schrijf over een tijd die anders is en minder gehaast dan de onze maar ook omdat ik zelf de snelheid zat ben. Ik merk dat mijn teksten mooier zijn op deze manier. De kwaliteit van mijn werk stijgt. Daarbij vraag dit verhaal om grote zorgvuldigheid omdat ik de historie gebruik uit een tijd die ik niet meegemaakt heb maar die ik wel wil treffen èn omdat een flink deel van het boek bol staat van de autobiografische elementen met daaraan gekoppeld een paar behoorlijk controversiële zaken. Deze roman is moeilijk en mooi om te schrijven, verlichtend en gevaarlijk. Dit boek is een zeer emotioneel schrijfproduct en dat vergt geduld, overweging en heroverweging, formulering en herformulering en dus een schrijfproces dat mij dwingt om vooral niet te vervallen in haast of roes.

Over een paar dagen ga ik in schrijfretraite en ik ben er aan toe. Alles in mij schreeuwt om afzondering, kluizenaarschap. De noodzaak om in opperste concentratie zonder verstoringen te kunnen werken is enorm groot. Zelfs na die vier á vijf weken afzondering zal blijken dat dit boek nog een jaar schrijven vergt en misschien wel langer. Er is geen tijdpad voor het schrijven en geen deadline. Dit boek zal klaar zijn als ik de laatste punt gezet heb en er niets meer aan kan veranderen. Niet eerder. Daarmee is het schrijven van dit boek ook een spiegel van mijn leven op dit moment. Waar vriendschappen zijn die zich in evenwicht ten opzichte van mij zetten dan wil ik daar energie en aandacht voor hebben en rust. Veel rust. Dat houdt in dat waar de snelle communicatie een vaste plek in mijn leven heeft (facebook, linkedin en deze schrijfplek zijn een basis voor me), kies ik ervoor om volgend jaar (en nu ook al eigenlijk) de pen en het papier te gebruiken waar ik kan. 2013 wordt een jaar waarin ik weer een papieren agenda ga gebruiken en brieven zal schrijven. Brieven die in enveloppen kunnen met postzegels er op en die met gepaste traagheid naar hun bestemming gaan. Die daardoor ook met meer aandacht gelezen worden en met meer liefde ontvangen.

Misschien ontvang jij wel zo’n brief. Omdat ik het waard vind om hem te schrijven. Omdat ik weet dat een brief een andere kwaliteit in zich heeft dan een emailtje. Omdat brieven, als ze mooi genoeg zijn ook lang bewaard kunnen worden. Uiteindelijk heb ik de brieven van mijn eerste vriendinnetje ook nog steeds na al die jaren. Die lieve vriendin heeft iets in mij wakker geschud. Wat dat op de langere termijn precies betekend weet ik niet maar het voelt goed en ik omarm het als een vergeten deugd. Ik wordt na al die jaren gehaast met liefde weer traag en aandachtig. Hopelijk met veel meer zaken in mijn leven dan het schrijven alleen.

Lieve lezers, ik wens jullie mooie feestdagen en een goed nieuw jaar. Met gezondheid, geluk en heel veel liefde. In december zal het op deze plek vrij stil zijn, ik ben er niet want ik ben weggekropen en schrijf. Met de pen. Op papier. Gewoon omdat het zo moet zijn.

© 2012 Alice Anna Verheij

Kroegschrijver

Ik ben een nachtschrijver en een kroegschrijver. Als vat vol tegenstrijdigheden houdt ik van de eenzaamheid ’s nachts om verhalen of gedichten te schrijven. Of een ‘stukje’ of kort verhaal. Mijn romans echter schrijf ik op een andere plek en op een andere manier. Ze zijn immers onderzoek intensief èn emotie intensief. Dat vergt een andere werkplek en eigenlijk zelfs twee. Één werkplek waar ik zonder problemen zes of zeven uur of langer kan doorschrijven, zonder hinderlijke onderbrekingen als eten, slaap of sociale contacten. Dat zijn de productiedagen, de dagen waarop ik vooral het ambacht beoefen want het boek is eigenlijk al geschreven en in mijn hersenpan opgeslagen in kasten met heel veel laden, gerubriceerd en geordend zodat alle onderdelen eenvoudig te vinden zijn voor wanneer ik ambachtelijk de hersenknipsels samenbreng in zinnen, alinea’s en hoofdstukken conform de al bepaalde verhaallijn. Er ligt natuurlijk een notitieboekje naast met met de feitjes, jaartallen, namen en plaatsen.

 

Maar het echte schrijven, het componeren, vindt plaats in kroegen. Ik zou liefst zeggen kroegen en kathedralen maar die laatste zijn niet te vinden in de stad waar ik woon en als ze dat zouden zijn dan zouden ze gesloten zijn op de momenten dat ik er wil schrijven. En dus plaats ik mezelf in die meest cruciale momenten van mijn schrijverschap in kroegen. Liefst van de soort waar de muziek deugd en niet te hard is, er een goede tafel staat en het geroezemoes nooit boven een geruis uitkomt zodat er een auditieve cocon ontstaat. Met mij er in. Stil, teruggetrokken in de wereld van het verhaal dat ik schrijf, regelmatig voorzien van koffie zoals ik die wil en vooral alleen tussen de mensen.

Er zijn niet veel kroegen die voldoen aan mijn eisenpakket. Soms is de muziek niet goed, soms zijn de gesprekken te luid en soms zijn de mensen te interessant om niet te observeren of een gesprek mee te beginnen. Maar een paar plekken heb ik gevonden die wel voldoen, een enkele is afgevallen na enige tijd omdat de situatie er veranderde of omdat er te gemakkelijk verstoringen optreden door de bevolking van het etablissement. En zo ben ik meerdere middagen per week te vinden op het Regentesseplein in een kroeg waarvan ik de eigenaren niet echt leuk vind maar waar de koffie wel goed is en er soms een biertje of glas wijn te vinden is na gedane arbeid. Het is er overdag binnen vrij stil. De muziek overtijgt het Skyradio niveau van veel andere plekken zonder echt geweldig – en dus afleidend – te worden. De kroeg staat midden in de laat negentiende eeuwse buurt waarin ik ook woon. Perfect passend bij het boek dat ik schrijf want dat speelt in de tijd dat de huizen hier gebouwd werden. De sfeer klopt. Ik ben er nog nooit blijven eten en dat zal ook niet gebeuren, daarvoor vind ik de zaak niet geschikt. Een biertje met vrienden drinken doe ik er ook niet, er zijn leuker plekken daarvoor. Maar het is een prima schrijfkroeg voor me.

Het is een fase in de creatie van mijn boek die ik er doormaak. Als die voorbij is zal ik in ‘splendid isolation’ het ambachtelijke werk gaan verrichten. Mijn hoofd leeg laten lopen in een omgeving die ontdaan is van alle stimulansen en afleidingen. Waar dat deze keer zal zijn weet ik niet. De vorige keer ben ik er de bergen in Nepal voor in gegaan maar dat zal nu niet kunnen. Misschien is een eiland of een bos dit jaar de meest geschikte plek. Of een huisje in de polder. Gelukkige dienen dergelijke plekken zich altijd vanzelf aan dus ik hoef er alleen maar op te wachten. Tot die tijd ben ik weer de kroegschrijfster. Voor een tijdje.

(c) 2012 Alice Anna

Het dilemma van de stukjesschrijver.

Ik schrijf. Romans, soms een toneelstuk, liedjes of cabaretteksten. En stukjes. Korte teksten van een pagina (of twee) die soms de vorm van een column hebben en soms een andere vorm. Stukjes schrijven is leuk en dat is de reden waarom ik het doe. Al jaren. Deze plek is bedolven onder een tsunami aan teksten van me (wel opvallend trouwens dat et zoveel soorten tsunami’s bestaan tegenwoordig). De teller heeft de 1000 gepasseerd en de meeste teksten sta ik na jaren nog steeds achter. Niet allemaal overigens. Er zijn teksten bij die ik tegenwoordig niet meer zou schrijven, wat niet een reden is om ze hier weg te halen overigens. Ik haal geen teksten weg tenzij het echt niet anders kan.

Soms trap ik op tenen in mijn teksten en soms beschadig ik iemand met een tekst. Woorden kunnen hard zijn. In het algemeen is dat niet mijn bedoeling maar een onbedoeld gevolg van een tekst. Daar zit dan een dilemma voor me omdat ik bij het schrijven soms weet dat iets voor sommigen niet fijn zal zijn om te lezen. Dat heeft dan steevast te maken met een mening die ik geef over een onderwerp waarbij die mening niet gedeeld wordt. Zo af en toe gebeurt iets dergelijks op Facebook. Meestal in groepen of in mijn eigen status tijdlijn. Ongeveer zoals op Twitter er weleens ongelukkig getweet wordt.

Facebook is op sommige plekken een soort knullig discussieforum. In discussies hanteer ik doorgaans dezelfde schrijfstijl als in mijn stukjes hier. Ik ga voor de inhoudelijke discussie waarbij ik geen rekening houdt met de gevoeligheden van individuen. Net zoals ik dat hier ook niet doe en in mijn eigen FB tijdlijn net zo min. Dat wordt nogal eens verkeerd geïnterpreteerd want er zijn nog al wat mensen die zich reacties op een discussie persoonlijk aantrekken. Dat is een misser van de lezer en niet van de schrijver. Ik blijf op de inhoud reageren en pas wanneer een ander dat onmogelijk maakt door grofheden, het off topic gaan en daarmee de discussie frustreren of de zaak persoonlijk maakt, haak ik af. Dat zeg ik dan ook altijd.

Desalniettemin zijn er mensen die dan ervoor kiezen om me te ‘defrienden’ zoals dat bij de sociale media heet. En dat vind ik prima. Graag zelfs. Want ik voel me niet thuis in ‘vriendenlijstjes’ (wat ik toch al een achterlijke benadering vind van groepjes mensen die enige interesse in elkaar hebben) van mensen die me daarin opnemen maar ondertussen niet tegen mijn stijl van communiceren, reageren en schrijven kunnen. Het brengt me wel op het dilemma dat veel schrijvers kennen.

Wil ik aardig gevonden geworden door mijn lezers of wil ik schrijven wat ik nodig vind om te schrijven?

Het eerste is leuk want dat kan zelfs fans opleveren (het schijnt dat ik die ook heb). Het tweede vind ik belangrijker, waarmee het antwoord gegeven is. De consequentie is duidelijk natuurlijk. Ik schrijf wat ik wil schrijven en kan me daarbij niet richten op wat de lezer wil lezen of kan hebben. Dat geldt niet voor mijn romans waarbij ik natuurlijk probeer een literair aantrekkelijk werk te creëren dat zoveel mogelijk lezers aanspreekt. Maar dat geldt dus zeker wel voor mijn stukjes, mijn journalistieke teksten en mijn reacties op discussieplaatsen online. Dat geldt ook voor mijn tekstjes in mijn Facebook en Twitter tijdlijntjes.

Is het schrijversdilemma daarmee opgelost? Ik denk het wel. Maar is het eenduidig opgelost voor al mijn schrijfwerk? Nou, nee dus. Blijkbaar is mijn overweging verschillend als het gaat om literaire kunst ten opzichte van stukjes schrijverij en gedrag op sociale media. Bij de eerste weeg ik woorden, balanceer ik zinnen, componeer ik alinea’s, construeer ik hoofdstukken en weef ik verhalen en gedichten. Bij de tweede reageer ik vanuit mijn buik: direct, zonder omhaal en doelgericht. Voor degenen die zich geraakt voelen daardoor is er de troost dat ik slechts een schrijver ben en het iedereen is toegestaan om het volstrekt oneens met me te zijn. Graag zelfs want een beetje polemiek is heerlijk.

Alice © 2011